De Pilotstarter en Praktijkproeven: is uw gemeente al gestart met proeven in de praktijk?

          

‘Wacht niet tot er iets op de plank ligt, maar start gewoon met andere gemeenten, ook al weet u niet hoe het moet. Dan wordt het vanzelf inspirerend’, aldus Hans Wisse van de gemeente Den Haag over zijn ervaring met praktijkproeven.

Sinds eind 2017 staan er, naast pilots en best practices, ook steeds meer praktijkproeven in het kader van de Omgevingswet op de Pilotstarter. Hoe is dit ontstaan en wat zijn tot nu toe de ervaringen?

Praktijkproeven versus pilots

In eerste instantie kwamen er een aantal pilots op de Pilotstarter die te maken hadden met het omgevingsdomein, zoals de pilots zelfrijdende auto’s en verkeerslichten. Deze pilots waren initiatieven van gemeenten, zoals vele pilots op de Pilotstarter. Om gemeenten zo goed mogelijk te kunnen voorbereiden op de komst van de Omgevingswet in 2021 werden er vanuit het programma Omgevingswet van de VNG plannen gemaakt om praktijkproeven uit te gaan voeren. Deze praktijkproeven omvatten vraagstukken omtrent het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO): de techniek die landelijk ontwikkeld wordt en waar alle digitale informatie over de fysieke leefomgeving in komt te staan. Niet alleen de techniek is hier bij belangrijk, maar ook de wetgeving hierachter: hoe moeten bevoegde gezagen, zoals provincies en gemeenten, met elkaar samenwerken? Een voorbeeld van zo’n praktijkproef is de praktijkproef ‘Steiger in de Ringvaart’, waarin drie bevoegde gezagen aan de slag gingen met de vraag hoe zij in het licht van de nieuwe Omgevingswet hun dienstverlening ten aanzien van een gezamenlijk product kunnen verbeteren.

Waarin verschilt een praktijkproef van pilots? “Waar pilots vrijer worden ingestoken en gemeenten meer de lead hebben, is het bij praktijkproeven van belang dat er rekening wordt gehouden met de voorwaarden vanuit het landelijk programma Aan de slag met de Omgevingswet, waardoor er meer druk achter zit en doelstellingen duidelijker moeten zijn”, aldus Paul Huigens, adviseur pilots en praktijkproeven bij VNG Realisatie. Het gemeenschappelijke component van pilots en praktijkproeven zit ‘m in het samenbrengen van gemeenten om samen met elkaar aan de slag te gaan en van elkaar te leren door kennis te delen.

Praktijkproeven en ervaringen

De gemeente Den Haag neemt vanaf het eerste moment actief deel aan praktijkproeven. Ze zijn begonnen met de praktijkproef Toepasbare regels, waarin zij met meerdere gemeenten een eerste poging hebben gedaan om voor een relatief eenvoudig vergunningsproces, die voor een dakkapel, de juridische regels te verzamelen en te vertalen in toepasbare regels. Inmiddels zijn we al vier praktijkproeven verder op dit onderwerp en komen we steeds een stapje verder. Hans Wisse vertelt: “Wat deze praktijkproeven vooral doen is leren kijken naar de aspecten van de Omgevingswet; wat moet je wel of niet opschrijven? Ook ga je vanuit de klant nadenken en leert het je op een andere manier kijken naar opgaves”. Over samenwerken met gemeenten vertelt Hans Wisse: “Iedereen vult elkaar aan. Niet iedereen is het altijd met elkaar eens, en dat maakt het juist alleen maar beter en scherper en geeft veel inspiratie”.

Hoe meer gemeenten, hoe beter

Naast gemeente Den Haag zijn er zo’n 30 gemeenten echt betrokken (geweest) bij praktijkproeven en vaak is dit dezelfde groep. De vraag is echter of deze gemeenten representatief zijn voor alle 380 gemeenten. Alle gemeenten zijn verschillend en wat voor de ene werkt hoeft niet voor de andere gemeente te werken. Een grote automatisering is voor een kleine gemeente bijvoorbeeld niet handig. Daarom is het belangrijk om zo veel mogelijk gemeenten te laten deelnemen aan praktijkproeven en alle kennis te delen met elkaar. Hans Wisse: “Juist die verschillen in bijvoorbeeld regels zorgen voor meer verbinding dan in eerste instantie gedacht”.

 

Houd de Pilotstarter in de gaten voor de meest recente praktijkproeven en start met proeven in de praktijk!

 

Geschreven door Bynette Stam