Uden op de (sociale) kaart

3 juli, 2018

Vitaal Uden Sociaal, de sociale kaart van Uden, is nu voor iedereen te zien op de website van de gemeente. Het is het resultaat van twee jaar hard werken. Het resultaat, maar zeker geen eindstation. ‘Het echte werk gaat nu beginnen,’ weet Juanita van der Hoek, programmanager sociaal domein.

De pilot Geo-data in het sociale domein’ is afgerond; voor de gemeente Uden was de pilot de eerste aanzet tot datagestuurd werken. Welke data, naast die van het CBS, kunnen helpen bij het bepalen van de sturingsbehoefte in het sociaal domein? Juanita van der Hoek ‘Twee jaar geleden moest ik in de raad een presentatie geven over die sturingsbehoefte. Cijfers en grafieken had ik voldoende, maar ik kon geen goed beeld schetsen. Want een beeld ontstaat pas als je de verbanden tussen de afzonderlijke datasets kunt aanbrengen. Afgelopen jaar stond ik weer voor de raad. Nu niet met allemaal afzonderlijke tabellen en grafieken, maar met onze spinnenwebben.’ Het spinnenweb is de methodiek waarmee de gecombineerde gegevenslagen tot een scoringsinstrument zijn verwerkt. Dat werkt zo: er zijn sociale indicatoren gedefinieerd waarop je als wijk kunt scoren. Bijvoorbeeld ‘verhouding zelfredzaam-kwetsbaar’ en ‘weinig (langdurig) laag inkomen’. De scorekaart heeft de vorm van een spinnenweb waarin je de scores kunt ranken. De scores lopen van 0 (het midden van het web) tot 3 (de uiterste punt van het web) waarbij 3 de gewenste situatie is.

Binnenruimte vergroten

‘Oorspronkelijk hadden we zes indicatoren,’ vervolgt Van der Hoek. ‘Maar om te weten of we de goede te pakken hadden, hebben we tijdens de open raadsvergadering een uitvraag gedaan aan zowel de raad als aan de inwoners. Dat laatste in de vorm van een burgerpeiling op wijkniveau. Want je kunt op de schaal van Uden bijvoorbeeld hartstikke dementieproof zijn, maar geldt dat dan ook voor elke wijk? Op basis van de CBS-gegevens en de ervaring en beleving van de geraadpleegde inwoners hebben we factsheets samengesteld en die weer vertaald naar de uiteindelijk acht indicatoren van het spinnenweb.’

Vervolgens zijn er bijeenkomsten geweest – voor elk gebied met onderliggende wijken  – waarbij de spinnenwebben zijn gepresenteerd aan een gemengde groep van professionals (denk aan een woningcorporatie of sociaal werk) en actieve bewoners. Van der Hoek: ‘We wilden weten of men ook snapte wat de spinnenwebben willen laten zien en of men het beeld herkende. Want data is één, duiding is twee. En als we de binnenruimte van een spinnenweb willen vergroten, dus zoveel mogelijk 3tjes scoren, waar wil je als wijk dan op inzetten? En wie moet dan welke actie ondernemen?’

Vier jaar

De factsheets en de spinnenwebben zijn overhandigd aan de raad. ‘Niet geheel toevallig tegelijk met de aanstelling van het nieuwe college. Dit is de sociale kaart van Uden, zo staan we ervoor! En dat hebben we vertaald in het nieuwe sociale programma voor de komende vier jaar. Nu kan het echte werk gaan beginnen. Data en plannen zijn mooi, maar we moeten nu met alle belanghebbenden aan de slag. Over twee jaar gaan we evalueren: pakken we daadwerkelijk zaken op, leidt dat tot verbeteringen, doen we de juiste dingen voor elke wijk, zitten we op koers voor die periode van vier jaar? De sociale kaart is een solide vertrekpunt en tegelijkertijd een toetssteen voor de invulling van ons sociaal beleid.’